Intensieve zorg

Aanloop

In 2015 kreeg ik voor het eerst te maken met een plaatsing op de afdeling intensive care. Het was 11 november en al erg laat in de avond. De CT-scanner had eindelijk verklapt waar al mijn vage en steeds maar toenemende klachten vandaan kwam, er zat een scheur in mijn aorta… Een levensbedreigende situatie waar zo snel mogelijk operatief moest worden ingegrepen. Een slimmerik ontdekt nog net op tijd dat ik door al mijn bloedverdunners helemaal niet snel geopereerd kan worden, een geluk bij een ongeluk want later wordt ook gezien dat er dusdanige ontstekingen zitten dat ik de operatie waarschijnlijk niet eens zou overleven.

Het hele verhaal vind je op bloggen met een dissectie, al bestaat het ook in nog niet uitgegeven boek vorm, maar omdat het toch begon met een intensive-care-opname haalt het dit verhaal. Veel meer dan ontbijt op bed werd het niet die eerste keer, maar het is nou eenmaal de gewoonte om mensen die tegen het randje van levensgevaar bivakkeren op de IC te plaatsen. Nog dezelfde middag vertrok ik naar de medium care en nog voor ik daar aankwam was er al een eenpersoonskamer op de longafdeling geregeld.

De tweede keer ging het geheel volgens planning, als je de dag van vertraging niet meerekent. Het was eind februari 2016 en ik was eindelijk gezond genoeg om me open te zagen. Ik herinner de wijze woorden van de thoraxchirurg. “Jij gaat zo slapen en ik zal er alles aan doen zodat jij wakker wordt op de IC, en ik moet straks de straat nog oversteken! “

Eigenlijk nooit meer geïnformeerd of hij dat daadwerkelijk gehaald heeft, maar ik kwam aan op de IC. Ik wist dat ik geïntubeerd zou zijn, maar zo wakker worden geeft wel enige indruk. Om te beginnen, meteen de eerste teleurstelling, het is niet echt wakker worden. Langzaam wordt het narcose gas afgebouwd waardoor er meer ruimte is voor bewustzijn. Maar goed ook omdat je aan alle kanten verbonden bent met sensors, kabeltjes en infusen. In mijn geval was ook de beademing overgenomen zodat ik dus zoals eerder vermeld geïntubeerd wakker werd. Dat voelt dus als een stok in je lijf die je er het liefst zo snel mogelijk uithaalt. Verbazingwekkend, maar dat is niet de bedoeling.

Voor de operatie was voor het behoud van de hersenfunctie de temperatuur van mijn lijf terug gekoeld tot 25°. Ik had het nog steeds niet echt warm en probeerde een dekentje te ontfutselen in gebarentaal, praten gaat ook niet echt fijn met een slang in je keel. Maar ondertussen heb ik geleerd dat het observatievermogen van een IC-verpleegkundige bijzonder scherp is. Met een paar aanwijzingen en gebaren had ik een extra deken over mij heen.

Er was geen pijn, wel morfine die rechtstreeks in de bloedbaan gespoten werd en familie die kwam kijken of ik het echt nog deed. Ze waren er ook al geweest toen ik nog volledig onder zeil was, waarbij mijn broer de mechanische ademhaling het meest vreemd vond. Later zou hij verklaren dat die eerste keer hem erg had geholpen als soort generale repetitie voor wat er komen zou.

Op het ritme van de machine ging mijn borstkas heen-en-weer waarbij de overgang tussen in en uitademen soort van schokkerig was. De hoeveelheid narcose werd steeds minder en de hoeveelheid wakker nam toe. Na een paar uur schemeren vond iemand mij kennelijk stabiel genoeg om zelf adem te halen. Daar waar je de hele tijd zit af te vragen hoe die buis er in godsvredesnaam uitgaat, is hij er ineens met een teug ademhaling uit en heb je het idee dat je de volgende keer beter moet opletten over hoe dat nou precies ging. Snel en pijnloos zijn in ieder geval de kernwoorden om mee te nemen.

Het eerste probleem                                      

ik had de hele overdag, terwijl een team toraxchirurgen bezig waren met herstelwerkzaamheden voor gevorderde liggen slapen, hetgeen ook van mij verwacht werd dat ik zou doen nadat de visite was vertrokken. Ik heb nog nooit zo wakker gelegen.

De volgende ochtend werd er een begin gemaakt met het een voor een verwijderen van de slangen uit mijn nek. Ik heb echt werkelijk met verbazing zitten kijken hoe er soms geen einde aan leek te komen. De laatste was een sensor ergens in mijn hart, die door de IC-verpleegkundige kordaat werd uitgetrokken, van meer dan 2 meter snoer verlost vraag ik mij nog steeds af wat ze nou precies hebben gemeten, maar zeker onder de indruk van de subtiele verstop techniek in mijn lijf.

Ook van indruk was de voedings assistente, die niet keek naar wat zij in de aanbieding had, maar haar aandacht richten op wat er in zou kunnen. Een subtiel verschil al zorgt de herinnering nog steeds voor een glimlach. Ik had last van een nogal schorre keel die achteraf met terugwerkende kracht toe te rekenen was aan het operatiegeweld, maar vooralsnog kreeg de intubatie de schuld. “Eigenlijk zou je iets met honing en kamille moeten doen ” suggesteerde de assistent, goed plan laten wat we dat doen.. Waarna bleek dat zij geen kamille bij zich had. Ook een tweede en derde instantie bleek het kruid een onmogelijkheid om te bestellen zodat we nooit hebben geweten of deze combinatie de truc zou doen..

Zoals gezegd verbleef ik niet echt lang op de intensive care, daar was ook geen reden toe. Operatie geslaagd… Patiënt gered maar zoals eerder vermeld daar zijn andere boeken voor, hier hebben we het over de IC, de intensive care, de ultieme plek om een leven te redden als het echt niet meer gaat!

Ik nam een lange aanloop voor de volgende IC-opname. Langzaam werd ik steeds kortademiger en zelfs een paar keer gezien op de spoedeisende hulp. Toch was er iedere keer geen specifieke reden aan te wijzen waar die benauwdheid vandaan kwam en wat een eventuele therapie zou kunnen zijn. Tijdens een bezoek aan de longarts uitte ik mijn frustratie en vooral onrust omdat ik het idee had dat het sluipenderwijs steeds erger werd. De mening werd gedeeld en een CT-scan van mijn longen leek op zijn plaats.

En toen kwam Carona!

Zelf had ik al een paar keer gepubliceerd over ongein die uit China kwam en dit keer niet stuk ging binnen enkele weken en we zagen het allemaal dichterbij komen via Italië maar uiteindelijk toch nog overvallen door dit virus. Langzaam raakte de ziekenhuizen in paniek en het woord IC was dagelijks in het nieuws. Vooral het aantal beschikbare plaatsen.

Natuurlijk maakte ik me wel enige zorgen over dit virus, ik was immers de doelgroep! Dus voorzichtig aan, geen supermarkten meer voor mij, geen vreemde mensen en maar wachten op de scan die in de planning zat.

Niet alleen mijn leven veranderde maar ook de hele medische wereld raakte in een stuiter bij de gedachte aan overvolle ziekenhuiszalen, gestimuleerd door de beelden van de horror IC uit Italië. De eerste lockdown was dus die van de ziekenhuizen. Alle bestaande afspraken werden afgezegd en de zorg richtte zich op Carona.

Daar zat ik dus met mijn kortademigheid. “Nee, die CT-scan hebben wij even uitgesteld!” Met veel pijn en moeite, voornamelijk bij het ademhalen, kreeg ik na meerdere bezoeken aan de spoedeisende hulp toch maar een bronchoscopie en zowaar de beloofde CT-scan. Het was ondertussen begin mei…

Langzaam begon zich het beeld te vormen dat er toch wel meer dan een beetje aan de hand was in mijn lijf, en terwijl iedereen het had over IC-waardig, deden ze in mijn ziekenhuizen hun best om mij daar vooral buiten te houden.

De CT-scan verklapte een heleboel ontstekings ongein en de bronchoscopie spoeling wees uit dat er een bacterie in mijn longen woonde, het heel erg naar zijn zin had en waarschijnlijk wat vriendjes had uitgenodigd. Waar ik dan denk aan een ziekenhuisopname, dacht de Carona afdeling dat dit ook wel makkelijk thuis kon. Ik kreeg een receptje mee voor de avond apotheek met een hele enthousiaste hoeveelheid antibiotica.

Zondagavond kantelde de balans. Ik knapte niet op van antibiotica en begon zelfs een beetje te koortsen. Opmerkelijk bij mijn ontstekingsremmende prednisongebruik en meestal een teken van naderende rottigheid. Overleg met het ziekenhuis gaf uitsluitsel eindelijk welkom bel maar 112 voor passend vervoer. De ambulanceverpleegkundige vond mij inderdaad ziekenhuizen waardig, maar had geen tijd om mij naar mijn Amsterdamse ziekenhuis te brengen. Na uitvoerig meten en overleg werd er besloten dat mijn broer mij ook wel weg kon brengen.

En zo kwam ik in Amsterdam… Koorts, kortademig… Als dat geen Carona is! Geheel volgens protocol werd ik op een isolatiezaal met een andere Carona verdachte in quarantaine geplaatst. Uiteraard werd er wederom een test voor dit virus gedaan, de achtste in korte tijd aangezien ik bij ieder bezoek aan de spoedeisende hulp uit voorzorg getest werd. Ook dit keer bleek ik het niet te hebben en mocht ik door naar de gewone longafdeling.

Dr.
Hebbes!

voor mijn geluk werd het weer gewoon maandagochtend, en ware zowaar allebei mijn professoren, die echt verstand hebben van mijn aandoeningen in huis. Het werd het grove geweld, dure chemo en veel prednison om mijn longen weer in vorm te trekken. In een poging om mij naar huis te krijgen werd er een zuurstoffabriek verordineerd in mijn woning, maar de kuren leken niet echt aan te slaan en het zuurstofniveau in mijn bloed bleef dalen.

Dan komt het moment dat je moet gaan onderhandelen over de rest van de reis. Niet de ideale situatie, 40° koorts en chronisch zuurstoftekort, maar ook niet echt het moment om het uit te stellen. Ik breng in gedachte dat er een openbare discussie was over de kansen op de IC voor de wat kwetsbaarderde mens en in eerste instantie stond ik niet echt achter het plan om in slaap gebracht te worden zodat mijn longen een betere overlevingskans hadden.

Ik heb namelijk al zoveel voorzichtige hersenschade en ook mijn longen hebben al aardig te lijden gehad van mijn systeemziekte. Terwijl op televisie de ene Caronapatiënt na de andere totaal bewegingsloos uit het bed gedraaid werd, was mijn beeld namelijk al gevormd. Een langdurige periode op de IC was niet iets dat paste bij mijn levensfilosofie. Mijn keuze was snel gemaakt, maar de longarts was vasthoudender en overtuigender. Ik zou hem een kans geven, maar wel met de belofte dat ik niet uitzichtloos zou hoeven lijden als het niet lukte.

Door de koorts voelde ik mij al enigszins wazig, liep het gewoon als een slechte film door terwijl ik naar het IC-complex werd gereden. Het zal een kudde adrenaline geweest zijn die maakte dat ik dacht aan familie bellen. Nou zijn ze wel wat slechtnieuwsgesprek gewend, maar dit keer werd er teruggebeld met de vraag of ze geen nachtmerrie had gehad. Kon ik twee keer afscheid nemen…

En dan zou het simpel moeten zijn, je wordt in slaap gebracht en er is ergens een moment dat je weer wakker wordt… Of niet! Nog een laatste grap over mijn stembanden, kapje met pure zuurstof over de neus en inderdaad in slaap. Het zouden uiteindelijk twee weken worden voordat ik weer enig besef van de wereld had. In de pers hoor je wel eens eufemistisch in slaap gehouden, of kunstmatige coma, maar ik sliep in eerste instantie echt wel diep. Hadden de dokters mooi tijd voor wat Pred kuren antibiotica en andere ongein om de bacterie te bestrijden. Complete bronchoscopie hen zijn er verricht terwijl ik lag te slapen en ook een keer door de CT-scanner liet zich door mijn slaperigheid niet tegenhouden. Ik werd gezond genoeg bevonden om de diepe narcose af te bouwen en te beginnen aan het proces van ontwaken.

Er zit geen aan en uit knop op dat proces, langzaam word de hoeveelheid van het narcosemiddel afgebouwd tot er een reactie is waargenomen en dan wordt de volgende afbouw stap gemaakt. Als persoon kom je in een vreemdsoortige wereld waarin realiteit, dromen en krankzinnigheid maar moeilijk uit elkaar te halen zijn. Mijn voordeel in deze was de bewuste keus voor de intensive care en alles wat daarbij hoort.

De eerste wakker

De tijdrekening is met terugwerkende kracht niet meer te doen. Een goeie chronologische volgorde bestaat niet. De eerste herinneringen waren die aan een vriendin van een vriend. Tenminste , het leek op zijn huis maar rondlopen wilde op de een of andere manier niet echt. Ze had de hele bovenverdieping volgegooid met kussens en nog genoeg kussens over om mij overal waar ik heen wou de weg te belemmeren.

Vervolgens was er de pizzeria met de piloten. Als ik het achteraf probeer te plaatsen is het opmerkelijk dicht bij de realiteit, er zijn flarden werkelijkheid die door de hersenen aan elkaar worden geknoopt, waarbij het ontbrekende “logisch “wordt ingevuld.

De piloten zijn natuurlijk dokters, het praatje aan het pizzabuffet gaat natuurlijk niet over het mooie vlieg weer maar over mijn gezondheid en de overplaatsing naar de “misschien toch wel carona “afdeling. De symptomen die ik had bleken toch wel hardnekkig op dat duivelse virus te lijken, dus met de “we nemen geen enkel risico clausule “in het achterhoofd werd ik overgeplaatst.

In mijn hoofd reisde ik door de bossen van klooster naar klooster in een oud middeleeuwse omgeving. Waarschijnlijk was dit het gedeelte waar de doktoren begonnen met toedienen van antipsychotica als bestrijding van mijn delier. Ik was kennelijk wakker genoeg om mij te ergeren aan de beademingsbuis en had besloten dat die eruit moest. Het klooster veranderde in hightech medisch omgeving, maar de dokter haalde de pijp er niet uit.

Ik werd weer wakker op het terras van de pizzeria. Hoewel een heel andere omgeving voelde het vertrouwd. Er was iets met zuurstof, dat moest geoefend worden. Er werd een clownsneus neergezet waar frisse lucht uitkwam, mijn beademingspijp werd losgekoppeld en het goudvissen kon beginnen.

Dachten ze serieus dat ik het zou redden met zo weinig zuurstof? Protesteren had geen zin, die stalen pijp zat nog steeds bij mijn stembanden in de weg en ik geloof niet dat ik al helder genoeg was om te beseffen dat ik überhaupt kon protesteren.

Uiteindelijk denk ik dat het wel goed is om langzaam steeds meer uit de schemer wereld te stappen, ik had op dat moment nog geen flauw benul van tijd. Laat staan dat ik twee weken miste.

Er kwam een zak, werd langzaam om mij heen gevouwen en hees mij als een zak aardappelen uit bed. Ik werd in een “recht op stoel “gezet en kennelijk vonden ze dat ik daar maar een tijdje moest blijven. Met de kennis van nu was het ter stimulatie van mijn longen goed om rechtop te zitten, maar ik herinner de het mij als een vage vervelende exercitie.

De truc met de aardappelenzak werd dagelijkse routine en ik had nog steeds niet helemaal in de gaten dat ik zelf eigenlijk mijn bed niet uitkwam. Door het lange liggen was mijn spierkracht zo goed als verdwenen. Zelfs mijn benen tegen elkaar aan was iets wat ik niet voor elkaar kreeg in eerste instantie. Mijn bewustzijn werd groter en het functioneren op automatische piloot schoof langzaam naar de achtergrond. Ook iets om rekening mee te houden voor mijn bezoek, voor zover mogelijk, ik praat gewoon terug. Weet er geen reet meer van maar mijn besturing reageert adequaat op datgene wat er gezegd wordt en kennelijk zeg ik de juiste dingen terug. Bij deze: “je had het beloofd op de IC “is voor wat mij betreft niet rechtsgeldig.

Bezoek

Het was natuurlijk het hoogtepunt van de eerste golf Carona patiënten en niet alleen de ziekenhuizen, maar ook de intensive-care-afdelingen werden overspoeld met patiënten.  Daar heb je liever geen complicerende factoren bij aanwezig. De normale bezoekregelingen werden overboord gegooid en ondanks mijn slechte toestand en waardeloze conditie werd er maar één bezoeker per dag toegelaten. Bij overlijden zouden dat er eenmalig twee mogen zijn.

Ik heb achteraf best schrijnende verhalen gehoord over hoe bijvoorbeeld mijn negentienjarige zoon alleen bij zijn vader mocht zijn. Samen met zijn moeder zat er niet in. Oma reed dagelijks met een bezoeker naar het Vu, om dan in ieder geval toch maar een beetje in mijn buurt te zijn. De familie vond steun bij elkaar en de banden werden nog sterker toen ook mijn moeder “ertussen uit viel “. Ook aan de gezondheid van een vitale bijna 80-jarige dame zitten klaarblijkelijk grenzen. Goede tip voor lotgenoten: bewaak je grenzen!

Ik was ondertussen wakker genoeg om bezoek te herinneren en ik had ook al wel door dat ik er een tijdje tussenuit was geweest, op de intensive care lag, beademd werd, al werd dat dagelijks steeds langer onderbroken om te oefenen met echte zuurstof zonder machine en had zelfs in de gaten dat mijn lichaam niet echt meewerkte qua kracht en motoriek.

Ik wilde weten hoe dat nou precies met die beademing’s buis zat, dus ik begon met voelen omdat ik geen spiegeltje in de buurt had. Dat werd door de intensivist niet echt plezierig opgevat, die had nog wel een herinnering aan mijn episodes waarin ik de buis eruit probeerde te trekken. Afblijven dus! De volgende dag werd ik zuurstofwaardig genoeg geacht om de buis te verwijderen. Dit keer wel opletten hoe dat precies gaat, maar ook nu was hij eruit voordat ik het mij echt realiseerde.

Het gevoel van opluchting blijft me wel bij. De wereld stond weer open voor mogelijkheden en mijn hand mocht weer aan mijn kin krabben zonder dat er iemand in de stressschoot. Om de corona drukte de ruimte te geven op de IC werd er al snel besloten dat ik naar “zaal “mocht. In mijn geval een royale eenpersoonskamer aangezien ik nog steeds in het bezit ben van die redelijk onschuldige bacterie, die ze niet het ziekenhuis door gesleept willen. Bovendien was mijn IC-avontuur nog niet afgelopen, sterker nog ik zou die avond het hele ziekenhuis rondgaan!

Gewoon op de longafdeling en weer terug!

Afscheid van de IC was raar, niet alleen de beademing moest ingeleverd worden, ook de polssensors en de sondevoeding werden er voorzichtig uitgescheurd. Niet helemaal lekker, maar dat was de sonde voeding ook niet. Toch beschouw ik dit als stap vooruit, kleine stapjes maar wel gezet. Het geheel kwam langzaam tot besef. Ik had twee weken geslapen, wakker maar nog lang niet aanwezig.

Gedurende de laatste paar dagen op de IC had ik aardige vorderingen geboekt qua mobiliteit. Kortdurend kreeg ik mezelf uit bed tot verbazing van de intensivevisten. Als ik ergens iets had om mezelf aan vast te houden ontworstelde ik mij aan de aardappelen zak die ik soort van mensonterend vond. Betere motivatie vind je niet. Overplaatsing naar een gewone zaal was de beste beloning die ik mij kon voorstellen. Totdat ik moest poepen.

Op zich wel een beetje vreemd trouwens, ik was nog niet eens een dag van de sondevoeding af, de stoelgang had nog niet zo heel veel voeding gehad. Dat het niet klopte bleek al snel, ik had ergens een bloedvat welke in mijn darmen aan het leeglopen was. Ik had zoiets al eerder meegemaakt, dus wat mij betreft geen paniek, ik was al in een ziekenhuis! De paniek kwam toen ik met veel geweld van de pot af stortte. Het was vies met de door bloedde ontlasting op de grond die bovendien door de Melena geur bijzonder onaangenaam was.

Er werd in allerijl een speciaal interventieteam opgeroepen om mijn leven te redden, nog voor ik van het zaaltje af was was er al besloten dat ik weer terug zou gaan naar de intensive care. Ook opgeroepen werd een interventieradioloog, die via mijn lies slagader naar binnen zou gaan om het bloedvat met wat metalen clips dicht te maken.

Maar zover was het nog niet, eerst in de lift op weg naar de CT-scanner om de bloeding te lokaliseren, pas daarna interventie in de hybride operatiezaal. Mijn afdelingen bingo is nu wel vol denk ikzelf. Bij mijn vorige interventie had ik een arts die gezellig mee rende, dit keer een heel team. Toen ik haar achteraf vroeg of ze uit interesse meegekomen was, antwoordde ze lachend: “nee joh, dat was voor de reanimatie!”. Dat was in dit geval makkelijk, mijn reanimatie status stond op NIET. Toch vond de veredelde kippen dokter dat niet maatgevend. Als er een klein klapje voor nodig is om je er even bij te houden zal ik dat niet laten. Hij had gelijk en sindsdien staat mijn reanimatiestatus op niet reanimeren bij onoverbrugbare problemen.

Ik kwam uitgedroogd terug op de intensive care. Een werkelijk ziekmakende dorst had bezit genomen van mijn ziel maar die aardige meneer waar ik eerder op de dag nog afscheid van had genomen gaf mij geen drinken. Wel een uitleg over het functioneren van het dorstsysteem na een grote bloeding. Je lichaam neemt je in de maling! De nieuwe plaatsing op de intensive care hield ook in dat ik weer sensors in mijn pols kreeg en dat mijn lijf geschikt gemaakt werd voor sondevoeding en katheter. Mijn nieuwe plek en medische status maar even laten doorbellen naar huis, het was immers slechts midden in de nacht en daar zijn ze wel wat gewend ondertussen.

Met wat zakken bloed erbij en door het handige clipwerk van de interventie arts was de vierde IC-opname niet spectaculair. Ik was het mij allemaal wat meer bewust maar het feit dat ik niet beademd werd maakte het relaxed. Na een paar dagen was ik stabiel genoeg om de verpleegkundigen op de longafdeling in levende lijven te woord te staan en herinneringen op te halen aan die heerlijke nachtdienst die ze recent met mij hadden gehad.

Maar ik was weer op een gewone zaal, met gewone verpleegkundigen en zelfs mijn gewone professors kwamen langs. Een mooi moment om het verhaal van de intensive care te beëindigen, ware het niet dat dit slechts de aanloop was van een nieuw begin. Ik werd aangemeld voor een revalidatie instelling met in de achtergrond de gedachte dat Revaliderend Nederland erg druk was met carona. Er bleek een plek in Heliomare beschikbaar waar ik bij binnenkomst het personeel wist te verbazen door zelf van de ambulancebrancard af te stappen en op het bed te gaan zitten.

Een revalidatieplekje

Ik heb nog drie weken een rolstoel nodig gehad, een beetje rollator en voor de rest heb ik door de gangen gezwabberd. Uiteindelijk heb ik zes weken revalidatie genoten waarbij mijn grootste overwinning de eerste trap op lopen was. De Fysiotherapeuten vonden dat ik bovenmatig snel herstelde en misschien is dat ook wel zo. Lichamelijk waren er twee uitdagingen, de trap en de fiets, maar beide werden dus in no-time geslecht.

Mentaal was een andere kwestie. Drie woorden zonder in janken uit te barsten was een zeldzaamheid. De eerste trap op met de Fysiotherapeut eindigde in tranen, van geluk weliswaar maar ik heb graag uiteindelijk de regie, niet mijn tranendal.

Om de uitdaging nog groter te maken had ik met de groep revalidatieartsen afgesproken een voorlichtingsessie te geven over mijn zeldzame aandoening. Dat vonden ze super leerzaam, maar dan wel graag in de eerste week anders zou de helft op vakantie zijn. Het was mijn aller beroerdste presentatie ooit en ik ben blij dat mijn gehuil onder het medisch geheim valt.

Uiteindelijk was er geen magische truc om mijn mentaal weer recht te trekken, anders dan mijn normaal gesproken al positieve instelling en bewustzijn. Oh ja acceptatie dat helpt ook.

Ik kan mezelf een plekje geven. Datgene wat mij gebeurd is ook. Zonder intensive care had dit stuk nooit geschreven kunnen worden. Ik verkeer in de vaste veronderstelling dat mijn bewuste keus voor IC heeft meegeholpen aan de verwerking. Er zijn IC terugkomtdagen, waarbij patiënten de omgeving nog eens kunnen zien. Ook is er een vereniging waar IC-patiënten en hun familieleden informatie kunnen vinden over verblijf en nazorg.

Want daar heeft u niet zo heel veel over gelezen in mijn ervaringsverhaal. Een verhaal wat ik heel bewust heb geschreven met open vizier zonder al te veel in details te willen treden. Het is heftig genoeg! Ik heb veel ingeleverd. Twee weken slapen is minimaal twee kwartalen bijkomen voordat je weer enigszins functioneert. Mijn smaak is nog steeds maar matig en achteraf heb ik toch een beetje hersenschade erbij gekregen. Mijn geheugen is minder evenals de handfunctie links, maar ook rechts is achteruitgegaan.

Mijn taak was makkelijk, ik hoefde alleen maar te liggen. Voor mijn familie was het een hele andere periode, zij moesten twee weken lang in onzekerheid bivakkeren en bovendien alle rottige carona regels trotseren. Ik hoop dat ik mijn respect voor hen en de hele IC afdeling en alle medewerkers heb weten over te brengen. Bovendien hoop ik nooit meer zo ziek te zijn dat ik een IC nodig heb, maar het is goed om te weten dat ze er zijn en wat ze allemaal kunnen.

Alkmaar lokaal

# Ook in Alkmaar hebben ze een intensive care. Dat wist ik natuurlijk wel, maar ik was er verstandigheidshalve tot dusver maar weggebleven. Dat ging mij redelijk goed af, zeker gezien mijn medische achtergrond. Toch moest het er een keer van komen. Afgelopen halfjaar heb ik erg veel last gehad van grote bloedingen rond mijn darmensysteem. Al een paar keer met blauw vervoerd naar een ziekenhuis om het lek te dichten, zolang dat in de opgaande vaten zit is dat goed mogelijk.

Dit keer was het een aflopend bloedvat en dus ook bijna een aflopende zaak. Bijvullen en zorgen dat hij niet doodgaat was dus de optie die overbleef. Weinig spectaculair, maar behoorlijk efficiënt uitgevoerd op de Alkmaarse intensive care. Opvallende verschil met de IC in Amsterdam was de serene rust die er in Amsterdam wel was, maar tijdens het redden van een leven is het een kniesoor die daarop let.

Laat mijn verhaal geen uitnodiging zijn om de carona maatregelen te negeren en deze afdeling een keer te bezoeken. Hoe mooi ook mijn beschrijving en hoe kundig het personeel : #ikblijfwegbijlevensgevaar

 

 

 

 

 

Deel volg of reageer: